Voorst geïnspireerd door Anastasia’s mat

Maandagavond 13 november was voor de schakers van de Voorster Schaakclub een bijzondere avond. Tijdens de algemene ledenvergadering kwam Karl Denys met een idee dat enthousiast ontvangen werd, maar nu was het dan eindelijk zover. Willy Hendriks kwam op bezoek. Willy Hendriks is een schaker uit Eefde die sinds 2001 de titel Internationaal Meester (IM) bezit. Of zoals het ontvangstcomité in Voorst nuchter opmerkt; “geen grootmeester”. En met een 2e plaats als beste prestatie ook net geen Nederlands kampioen. Met een rating van zo’n 2400 zal een simultaan tegen de gehele Voorster Schaakclub echter niet misstaan. Het werd deze avond een lezing, want naast een goede speler, is hij een boeiend spreker (en schrijver) over de schaaksport. Aan de hand van mooie afbeeldingen uit een ver verleden werden de Voorsternaren meegenomen in de geschiedenis van hun geliefde sport.

Een geschiedenis die overigens wel enige consensus mist. Zo wordt de schaaksport soms gelinkt aan mythische figuren uit de Griekse oudheid zoals Pallas en Caissa. Een meer aannemelijke variant is dat het schaakspel in de 6e eeuw is ontstaan in Perzië dan wel in India. Van daaruit heeft het via de Arabische wereld ook Europa bereikt. De eerste variant waar Hendriks zijn volgers in meenam, heet dan ook het Arabisch matbeeld. Eigenlijk begint de geschiedenis van het spel “pas” rond het jaar 1500. Toen begon men met de schaakregels, waarbij de Dame de meest prominente rol bezit, zoals we dat vandaag de dag nog altijd kennen. In de 16e eeuw werd de Spanjaard Lopez beschouwt als de sterkste speler. Een schaker die we tot vandaag de dag nog kennen vanwege zijn Spaanse opening. In de 17e eeuw is het aannemelijk om deze titel te gunnen aan de Italiaan Giochino Greco. Hij heeft een grote bijdrage geleverd aan de beoefening van schaken doordat veel van zijn analyses zijn vastgelegd. Hij staat tot vandaag de dag nog bekend om het creëren van de gevaarlijke open lijn op de koningsvleugel. In de 18e eeuw gaat de roem naar de Fransman François Philidor. Naast de beste schaker was hij ook een begenadigd componist en musicus. Al schakend en musicerend, reisde hij door Europa om uiteindelijk eind 18e eeuw in Londen te sterven. Hij wordt gezien als de eerste schaker die de pionnen goed op waarde wist in te schatten. Een strategisch element was toegevoegd aan het, tot dan toe, vooral tactische spel. De bakermat van het schaken bevond zicht in het begin van de 19e eeuw inmiddels in Londen. Hand in hand met de industriële revolutie bereikte het spel een groter publiek. Niet enkel de adel, maar ook de gegoede burgerij zag een potje schaak op z’n tijd wel zitten. Uiteraard deed de rest van Europa vrolijk mee. In 1803 verscheen de Duitse schrijver Wilhelm Heinse met de roman “Anastasia und das Schachspiel” Het boek staat vol schaakvarianten. Mat zetten met toren en paard. Oude literatuur of niet, het toverde bij de toeschouwers in Voorst een grijns op het gezicht. “Mooi matje” klonk er door de kantine. Er kwam meer goeds uit Duistsland. Karl Anderssen werd beschouwd als de beste schaker totdat hij sensationeel werd verslagen door Paul Morphy uit de Verenigde Staten. De schaaksport werd internationaal, wat resulteerde in een eerste officiële tweekamp om de wereldtitel.

Tijdens een tweekamp in 1886 begon de Pool Johan Zukertort sterk tegen de Oostenrijker Wilhelm Steinitz. Laatstgenoemde wist de tweekamp uiteindelijk overtuigend te winnen en werd daarmee de eerste officiële wereldkampioen. Het was een verbeten strijd tussen de kemphanen. Ze vochten hun strijd niet alleen achter het bord, maar wisten elkaar ook veelvuldig te bekritiseren via de media. Sommige dingen zijn blijkbaar van alle tijden. Willy Hendriks heeft over deze tweekamp een Engelstalig boek geschreven met de titel “The Ink War” De Voorster schakers lieten zich de verhalen heerlijk aanleunen. Achteroverzittend verheugden enkelen van hen zich al op de verhalen over de tweekampen van de 20e eeuw. Natuurlijk onze eigen Max Euwe, maar wat te bedenken van de koude oorlog tussen Spasky en Fischer en niet te vergeten Kortsjnoj en Karpov. De legendarische tweekampen tussen Karpov en Kasparov kunnen de meeste leden zich nog levendig herinneren. Maar het luisteren was voorbij. De Meester uit Eefde zette de Voorster schakers aan het werk. Iedereen kreeg 8 schaakdiagrammen met als opdracht het mat van Anastasia te vinden.

Bij enkele liefhebbers ontstond er een persoonlijke “Ink War” Ook waren er leden die enthousiast begonnen te roepen. Het meest populair bleek uiteindelijk om in kleine groepjes van gelijk spelniveau achter een bord te gaan zitten. De bedachte zet daadwerkelijk uitvoeren geeft de gevolgen het mooiste weer. De meeste leden kwamen in het korte tijdsbestek tot ongeveer de helft van de opgaves. De opgaves 5 t/m 8 werden ook beduidend moeilijker. Blunders bestonden er deze avond niet, maar een leerzame analyse des te meer. De 8 partijvoorbeelden werden op het grote scherm toegelicht. Het leerde de Voorster hobbyisten om aanvallend naar de stellingen te kijken. Met Paard en Toren kan het nog zo’n mooie matcombinatie zijn, maar als je eerst een stuk moet offeren om een open lijn te krijgen zoals Creo dat in de 17e eeuw bedacht heeft. En dan vervolgens een Dame moet offeren als een tussenzetje, is de kans groot dat je de mogelijkheden niet herkent en tot een gewone prima zet komt. Op de schaakclub droomt iedereen inmiddels om als eerste een “Anastasia” op het bord te krijgen. Als u zich met hen wilt meten, bent u op iedere maandagavond van harte welkom om uw eigen schaakgeschiedenis te schrijven. De dingen die u nog niet weet, worden u graag met een opgefrist enthousiasme uitgelegd. Knoopt u alvast een ding goede in de oren; Een gepend stuk is geen goede verdediger.

Maarten Jansen